Degoes zijn afkomstig uit Chili, waar ze in het wild in grote groepen leven. Als huisdier moet je er dan ook minimaal twee nemen. Het zijn beweeglijke en nieuwsgierige beestjes, die wel wat op gerbils lijken, maar dan groter (met staart 25-30cm). Hun vacht is bruin- grijs en hun tanden oranje. Als dagdieren zijn ze vooral aan het begin en eind van de dag erg actief. Ze houden van klimmen, springen, graven en slepen met allerlei spulletjes.
Het zijn geen knuffeldiertjes en ze worden nooit zo tam als een tamme rat of een cavia, daarom is het geen geschikt huisdier voor het jonge kind. Degoes kunnen aangeschaft worden via een degoeliefhebber of in de dierenwinkel. Het is echter wel verstandig Uzelf eerst nog wat informatie aan te schaffen.
| Dier | Geslachtsrijp | Draagtijd | Jongen | Aanschaf vanaf | Hoe oud? |
|---|---|---|---|---|---|
| Degoe |
Verzorging, voeding, huisvestingDegoes hebben een ruime kooi nodig, die ook bij voorkeur hoog (min. 60cm) dient te zijn met mogelijkheid tot klimmen. Hij moet van metaal of glas zijn, omdat degoes verwoede knagers zijn, die zelfs door kunstof heen komen. Let bij metalen kooien op, dat de spijltjes niet te ver uit elkaar zitten.
De bodem moet U met houtkrullen bedekken. Gebruik geen zaagsel of hooi of dennenhout. Erg geschikt zijn houtkrullen van berkenhout. Deze bodemlaag moet regelmatig verschoond en ververst worden (minimaal eens per week).
In de kooi dient verder voldoende klim-en knaagmateriaal aanwezig te zijn, evenals een beschut plekje, waarin ze zich terug kunnen trekken. Degoes baden graag in chinchilla-zand, dus af en toe een bakje hiervan wordt gewaardeerd.
Wat betreft voeding is een speciaal degoevoer het beste, maar dat is niet gemakkelijk te krijgen. U kunt ook een combinatie van caviavoer en chinchillavoer geven. Hooi vinden ze lekker en is ook belangrijk voor ze, dus dat moet altijd aanwezig zijn. Omdat degoes nogal gevoelig zijn voor suikerziekte mogen ze geen eten met suikers erin eten, dus ook geen fruit, rozijnen ed. Ook pinda's en zonnebloempitten en zo zijn slecht voor ze, dus die mag U hooguit af en toe als snoepje geven.
Voor alle knaagdieren is een waterflesje, dat aan de kooi of deksel hangt het beste. Handige flesjes zijn in de dierenwinkel verkrijgbaar.
Pak het dier altijd rustig op (met twee handen opscheppen) en nooit aan de staart!
Met een degoe hoeft U alleen naar de dierenarts als het dier ziek is. Om dat op tijd te merken moet U Uw dieren regelmatig goed bekijken terwijl ze in hun kooi zitten; zijn ze tierig, zijn ze schoon, is de vacht mooi glanzend, geen kale plekken, zijn de oogjes en oortjes goed schoon, geen rare bulten, geen vliegen in de kooi, tanden en nagels niet te lang.
Degoes zijn bevattelijk voor suikerziekte, een aandoening die bij hen (nog) niet behandelbaar is. Wel kunt U mogelijk suikerziekte voorkomen door het dier zo min mogelijk suikers en vetten te geven. Verwen degoes beslist niet!
Oudere dieren kunnen last van staar (cataract) krijgen.
Krijgt/neemt U een nieuw dier, zet het dan niet zomaar bij de andere dieren maar laat het eerst op besmettelijke ziektes controleren bij Uw dierenarts.
Degoes
Over Degoes
Degoesite Jip en Floris
The Degu Homepage